Leerlijnen en tussendoelen

Deze leerlijnen en tussendoelen zijn van toepassing voor Schatkist:

Mondelinge taal

Goed kunnen spreken en luisteren is belangrijk; mondelinge taalvaardigheid is de basis voor schriftelijke taalvaardigheid en hangt sterk samen met de sociaal-emotionele ontwikkeling. In Schatkist speelt mondelinge communicatie daarom voortdurend een fundamentele rol. Bij vrijwel alle activiteiten is sprake van interactie tussen leerkracht en kinderen of tussen kinderen onderling.

Woordenschat

In elk anker staan circa 150 woorden centraal, die onderverdeeld zijn in drie categorieën:

  • sterwoorden, voor allochtone en taalzwakke leerlingen;
  • maanwoorden, voor kinderen met een basis- of gemiddeld niveau;
  • zonwoorden, voor meer taalvaardige leerlingen.

Woordenschatonderwijs is pas effectief als nieuwe woorden herhaaldelijk en in verschillende contexten worden aangeboden. Daarom komen de woordenschatwoorden per anker diverse malen aan bod, zowel in het ankerverhaal als tijdens de activiteiten. Tot de woordenschat hoort ook de rekenwoordenschat. Hierin wordt in elk anker van Schatkist aandacht besteed. Onder de rekenwoordenschat vallen bijvoorbeeld begrippen rond tijd, zoals vandaag, gisteren en morgen en de namen van de dagen, de maanden en de seizoenen. Ook begrippen rond plaats, zoals op, onder, in, naast, overheen en dergelijke, horen daartoe. Deze woorden vindt u terug in de
woordenlijsten die in elk activiteitenboek zijn opgenomen.

Beginnende geletterdheid

Schatkist gaat uit van de tussendoelen beginnende geletterdheid zoals die zijn opgesteld door het Expertisecentrum Nederlands. Alle doelen komen structureel aan bod onder andere tijdens het werken met de ankers. Voor een goede start met het aanvankelijk lezen in groep 3 zijn de ontwikkeling van het taalbewustzijn en het alfabetisch principe belangrijke voorwaarden. Deze tussendoelen komen daarom frequent aan bod.

Beginnende gecijferdheid

De leerlijn beginnende gecijferdheid is onder andere gebaseerd op de Tussendoelen Annex Leerlijnen (TAL) van het Freudenthal Instituut, het expertisecentrum op het gebied van rekenen en wiskunde. De rekendoelen komen aan bod tijdens de activiteiten en de woordenschat van de ankers, in de spelletjes in de kleutersetjes, tijdens het werken met de Cijfermuur en de Tijdwijzer en in het computerprogramma Schatkist Rekenen.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

De activiteiten voor de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn erop gericht dat kinderen zichzelf leren kennen, leren zich te uiten en met anderen kunnen omgaan. In allerlei dagelijkse situaties staan de kleuters stil bij hun gedrag: welke regels gelden er, hoe maak je duidelijk wat je wilt, hoe ga je met andere kinderen om?

Wereldorientatie

Wereldoriëntatie loopt als een rode draad door de ankers van Schatkist. In alle ankers staat het actief ontdekken van de wereld om ons heen centraal. Met name in de kennismakingsactiviteiten, maar ook in het ankerverhaal, de ankerpunten en in de afronding speelt wereldoriëntatie een grote rol. De doelen zijn een afgeleide van de leerlijn Oriëntatie op jezelf en op de wereld zoals deze is beschreven in TULE. Binnen Schatkist is de volgende indeling gemaakt:

  • Natuur en techniek
  • Mens en samenleving
  • Ruimte
  • Tijd

Kunstzinnige orientatie

Doelen op het gebied van kunstzinnige oriëntatie komen aan bod in de uitgaven Knutselschatten en het Li-la-liedjesboek. Deze doelen sluiten aan bij de kerndoelen Kunstzinnige oriëntatie (Beeldende vorming en Muziek) zoals die zijn opgesteld door SLO in TULE.

Motorische ontwikkeling

Doelen op het gebied van motorische ontwikkeling komen aan bod in de uitgave Knutselschatten. Knutselschatten ontwikkelt de fijne motoriek van jonge kinderen doordat zij handelend bezig zijn met verschillende materialen en technieken. De doelen zijn afgeleid uit de kerndoelen Kunstzinnige oriëntatie – Beeldende vorming zoals die zijn opgesteld door SLO in TULE.