‘Schatkist is een heel complete methode, alles zit erin’

Een methode in het kleuteronderwijs, Yvonne Schreuder van OBS De Touwladder in Kaatsheuvel vond het overbodig. Maar sinds ze met Schatkist editie 3 werkt, ziet ze de voordelen ervan.

“In Schatkist zit alles wat je van een kleutermethode mag verwachten. Het aanbod sluit echt aan bij de beleving van kinderen en de methode is compleet, je hebt alles bij de hand.

De activiteiten en doelen worden allemaal voor je gepland en het kost je minder voorbereidingstijd, omdat je niet hoeft te zoeken naar bepaalde thema’s en de daarbij passende activiteiten en materialen. Je hebt ook de ruimte om je eigen activiteiten te doen. Kortom, ik vind Schatkist kindvriendelijk, compleet én leuk. Ik ben er echt blij mee.”

U vond een methode in het kleuteronderwijs niet nodig. Waarom niet?

“Ik ben nog van de K.L.O.S., de opleiding tot kleuterleidster. Ik heb geleerd met allerlei materialen inzichtelijk te maken voor kinderen wat ze moeten leren. Er is nu geen aparte opleiding meer voor het kleuteronderwijs, terwijl het aantal doelen dat behaald moet worden wel flink is toegenomen. In die zin zie ik een methode als een goede leidraad. Je kunt gewoon de methode volgen en daarmee weet je dat je alle doelen behandelt.”

Waarom hebben jullie gekozen voor Schatkist editie 3?

“Ik wilde per se Schatkist in verband de goede aansluiting op het VVE van kinderdagverblijven en crèches hier in de omgeving. Ik vind de methode bovendien kindvriendelijk door het gebruik van poppen en ik vind de thema’s leuker dan die van vergelijkbare methoden. De thema’s en activiteiten sluiten aan bij de beleving van kinderen. Ik vind de methode ook compleet, met bijvoorbeeld de woordkaarten en schatkistkaarten zitten alle begrippen erin. Je hebt dus alles bij de hand en dat scheelt veel tijd. Ik haalde zelf overal wel iets vandaan, van internet bijvoorbeeld. Het aanbod is heel groot, maar nu zit er één lijn in.”

De methode is voor u een leidraad, geen keurslijf?

“Ja, je kunt nog steeds een eigen draai geven aan je eigen onderwijs. Maar het is fijn om te weten dat alle ontwikkelingsgebieden aan bod komen. Wel zijn er per ontwikkelingsgebied veel zaken waar je op moet letten en die je moet observeren. Ik richt me dan ook op de basis hiervan. Ik kijk goed naar het doel en blijf dat voor ogen houden. Als je dat doet, kan je best wat afwijken van het programma. Maar wil je of durf je dat niet, dan volg je gewoon de methode. Het voordeel is in ieder geval dat de doelen steeds in verschillende lessen naar voren komen. Het ene kind is namelijk eerder aan een bepaald doel toe, dan een ander kind. Dat andere kind kan er een of twee maanden later wel aan toe zijn. Dan is het fijn dat het doel nog een keer aan bod komt.

Ik vind het ook prettig dat je vier weken aan één thema kunt werken. Dat zie je terug in de materialen, zoals met de ankerverhalen. Ook met die verhalen blijf je altijd in het thema en de kinderen vinden ze aansprekend, het zijn hele leuke verhalen waarbij je filmpjes vertoont op het digibord. En de prentenboeken zijn lekker groot.”

De methode ontzorgt u in uw werk als leerkracht?

“Ja, in het programma Digiregie staat een complete planning van alle activiteiten en een overzicht van de doelen die je met die activiteiten behandelt. Ik vind dat overzicht ideaal. Je plant er rechtsreeks je activiteiten in. Een groot voordeel van Digiregie is dat je het werk mooi thuis al kunt doen. Dat is fijn, het bijhouden van observaties en het plannen van activiteiten is namelijk best veel werk. Het is handig dat ik thuis al zaken kan verwerken in het programma. Je verwerkt het digitaal en het is dus ook meteen opgeslagen. Ik hoef niks te printen en mijn papierwerk overal mee naartoe te slepen.

Je kunt ook de kringactiviteiten flexibel inzetten. Bovendien kan je kiezen uit een rooster van drie weken of vier weken, wij hebben voor dat laatste rooster gekozen. En als je ergens een keer niet aan toekomt, dan sla je het over of plan je het op een ander moment in. Je wordt daarin als leerkracht echt ondersteund.”

Spreekt Pompom de kinderen aan?

“Zeker, Pompom komt veel aan bod. De pop Pompom zit altijd bij mij op schoot bijvoorbeeld bij de op taaltochtopdrachten of tijdens de kringactiviteiten. De kinderen reageren ook leuk op de digibordfilmpjes met Pompom waarin hij aan het begin van elk anker een probleem introduceert. Dat komt wel over bij de kinderen en het spreekt tot hun verbeelding.

Ik kies per dag twee kinderen uit die iets specials mogen doen. Bijvoorbeeld omdat ze de dag ervoor zo hun best hebben gedaan of om een andere reden. Ze mogen dan Pompom vasthouden, kaartjes neerleggen of de schatkist open en dichtdoen en er spullen in doen en de kist weer op slot doen met een code. Dat vinden kinderen leuk om te doen.”

Maakt u ook gebruik van de letterfilmpjes voor op het digibord?

“Ja, die letterfilmpjes zijn heel fijn om te gebruiken. Ga maar eens zelf een filmpje maken of zoeken op internet waarin zóveel aan bod komt. Je legt de letter natuurlijk ook wel zelf uit in de klas, maar zo’n filmpje maakt het veel levendiger voor de kinderen. Je ziet meteen interactie ontstaan bij de kinderen, ze reageren op het filmpje en wat zoem de bij doet.”

Wat vindt u van het taalaanbod?

“Schatkist is heel volledig op talig gebied, het rijmen zit er bijvoorbeeld genoeg in. Het alzijdig aanbieden van de letter deed ik altijd al. Ik laat de kinderen ook de letters voelen. Vroeger deed ik dat met schuurpapier wat ik in de vorm van een letter had uitgeknipt, maar bij de schatkistkaarten zitten al gewoon kaarten met voelletters. Heel handig dus.

Het is heel goed dat je de letters op verschillende momenten kunt aanbieden. Want wat bij de ene leerling nu blijft hangen, daar is een ander pas twee maanden of een half jaar later aan toe. Om de twee tot drie weken bied je een letter aan. Dus dan heb je aan het eind van het schooljaar alle letters een keer aangeboden.

Verder bevallen de taalroutines en Op taaltochtkaarten mij goed. Bij de Op taaltochtkaarten herinner ik me een activiteit waarbij je hoepels neerlegt in de klas, voor elk woord een. Bijvoorbeeld om het zinnetje ik – ga – naar – school te maken. Datzelfde deden we ook met verkleinwoorden. Een leerling had een grote beer mee van huis genomen en ik had een kleine beer in de klas, dus dat was het beertje. Maar dat kon dus ook met een potloodje of een potje. Als je dan vervolgens met die materialen in de kring gaat zitten, snappen de kinderen ook veel sneller het verschil tussen klein en groot.

Bij de schatkistkaarten en de woordkaarten zet ik ook de gele dobbelsteen in. Door daar kaarten in te stoppen en de dobbelsteen te laten gooien, zijn de kinderen nog meer betrokken bij de activiteit. Zelfs de stille kinderen willen meedoen en die lok je uit om ook iets zeggen. Ze moeten het woord zeggen dat bovenop ligt of een rijmwoord maken. Alle kinderen vinden dat leuk om te doen.

Bij het aanleren van een letter of een woord maak ik ook gebruik van de Schatkistliedjes die zijn ingezongen door Kim-Lian van der Meij. Ik zet die liedjes op als we de letter of het woord aanleren, maar soms ook gewoon tijdens het fruit eten.

Eén kind kan al lezen en die heeft ook al boekjes. We hebben namelijk ook de aansluitende leesseries Kleuters samenleesboeken en Hé, ik lees! in de klas. Die leerling laat ik al zoemend lezen, zoals dat bij Veilig leren lezen in groep 3 wordt aangeleerd. Het is zo mooi om te zien dat wat je een kind aanleert, het dat op een gegeven moment dan ook gewoon zelf kan.”

Hoe vindt u de aansluiting van Schatkist op Veilig leren lezen in groep 3?

“Mijn oudste kleuters gaan nu voor het eerst met deze methode naar groep 3. Ik weet wel dat Zoem, mooi aansluit bij het zoemend lezen in groep 3. Daar wordt namelijk ook Zoem gebruikt bij het lezen. Daarnaast gebruik ik de letterdoos van mijn collega uit groep 3 die ermee werkt bij Veilig leren lezen. Die kan ik bij de kleuters ook heel goed inzetten. Ze maken er soms al behoorlijk moeilijke woorden mee.”

Hoe wordt het rekenen aangeboden?

“Op een leuke, speelse manier. Een mooi voorbeeld van een rekenopdracht vond ik bij het thema Gezondheid. In de hoek moesten de leerlingen verband in verschillende lengtes neerleggen. Bijvoorbeeld van 30 cm, 40 cm en 50 cm. Op een kaart stond de vraag: ‘Waar moet Pompom welk verband omheen doen?’. Die van 30 cm om zijn elleboog, de andere twee om z’n knie en om zijn been. Dat was een leuke activiteit. Dat spreekt kinderen aan en daar is veel mee gespeeld in de hoeken. Bij het thema Kunst moesten ze bijvoorbeeld de lijsten om een schilderij heen meten.

Verder maken we veel gebruik van de getallenwand. Die heeft geen enkele methode en het splitsen gaat daar bijvoorbeeld heel goed mee. De kinderen mogen een dobbelsteen gooien en dan bijvoorbeeld vier blauwe fiches bij het cijfer vier in het bakje doen en zes oranje fiches bij het cijfer zes stoppen. En vervolgens vraag ik ze hoeveel ze er aan de ene kant van het bakje kunnen leggen en hoeveel aan de andere kant. Dus in dit geval twee en drie. En zo zijn ze spelenderwijs aan het verdelen.”

Hoe zet u de hoeken in?

“In het aanbod van de hoeken maak ik een keuze. Ik kan niet alle hoeken in mijn klaslokaal inrichten. De zand-watertafel staan bij ons op de gang. Verder gebruiken we een huishoek waarin we veel activiteiten doen en er is een bouwhoek in de klas. Verder hoef je niet alles als een hoek in te richten, maar kan het ook een activiteit zijn in de vensterbank of op een tafel.”

In Schatkist is er veel aandacht voor samen spelen en coöperatieve werkvormen. Wat vindt u daarvan?

“Dat maakt het veel dynamischer. Er zijn veel opdrachten die kinderen met z’n tweeën of in groepjes moeten doen. Ze gaan dan uit de kring en in tweetallen of in een klein groepje aan de slag met een activiteit, om papieren pizza’s te maken bijvoorbeeld. De kinderen mochten zelf ingrediënten die ze lekker vinden op een pizza uit tijdschriften knippen en opplakken. Ik had niet voor iedereen een schaar, dus op die manier moesten ze al samenwerken. Vervolgens komen ze weer terug in de kring en sluiten we de opdracht gezamenlijk af.

Ook de buitenspeelactiviteiten en gymlessen zijn goed opgezet. Eén activiteit was bijvoorbeeld om regenboogsoep te maken. Buiten op het schoolplein hadden we een parcours uitgezet met winkeltjes, waar de kinderen bijvoorbeeld zogenaamd vlees of groenten konden kopen. Zo simpel, maar zo leuk! En bij het vrij spelen zag je dat de kinderen het ook weer gingen naspelen.
Binnen Schatkist is er veel ruimte voor sociaal-emotionele ontwikkeling. In de schatkistkaarten zitten kaarten met begrippen als ‘boos’ en ‘vrolijk’ en daar zijn ook ruim voldoende oefeningen mee.

Wat ik verder goed vind, is dat de 21e eeuwse vaardigheden erin zitten; vooral bij wetenschap en technologie. De leerlingen moeten zelf dingen oplossen en dat vind ik heel knap. Bijvoorbeeld een proef bij de zand-watertafel. Die proef moeten ze samen uitvoeren. Ik zet dan meestal oudere kleuters bij jongere kleuters en dan komen ze er samen wel uit.”

Kunt u naast de methode het ontwikkelingsmateriaal goed inzetten?

“Ja, het ontwikkelingsmateriaal kan ik er gewoon bij gebruiken. We hebben kasten vol met materialen op het gebied van onder andere taal, rekenen en kleuren. Bijvoorbeeld Dubbelwoord, Zoek en tel, Rijmduo en Begrippentaal. Ook hierin maak ik zelf keuzes op welk moment ik die materialen inzet. Knutselactiviteiten staan er niet zoveel in Schatkist, maar dat hoeft ook niet. Die zijn er genoeg te vinden en het is ook fijn dat je niet elk jaar hetzelfde hoeft te knutselen. Ik vraag kinderen ook om spullen mee te nemen van huis, materialen die aansluiten bij het thema of de informatieve plaat in het prentenboek.”

Maakt u ook gebruik van de leerlingsoftware?

“We hebben een computereiland en de kinderen werken er aan oefeningen met woordenschat of met het programma Schatkist en dan de oefeningen die aansluiten bij de ankers. Ik merk dat de kinderen snel hun weg in de software weten te vinden, ze weten precies waar ze op moeten klikken. Als leerkracht kan je precies zien aan welke oefeningen ze hebben gewerkt. Je ziet de resultaten heel overzichtelijk op een rij en je kunt ze ook printen. Bovendien loopt het programma niet vast en dat is wel zo prettig.”

U slaagt er ook in de ouderbetrokkenheid te vergroten?

“Zeker, van ouders heb ik teruggekregen dat de kinderen het veel leuker vinden op school en dat ze er dus blijkbaar thuis ook over vertellen. De ouderbrieven die bij de methode worden aangeboden vind ik ook heel handig. Er staat kant-en-klaar in de brief waar je in de klas aandacht aan besteedt. En wat je extra doet, voeg je toe aan de brief. Ik stuur de brief in de eerste week van een thema, dan weten ouders gelijk waar hun kinderen de komende vier weken mee bezig zijn op school. Dat wordt door ouders gewaardeerd.”

Dus u bent blij met de keuze?

“Ja, ik riep altijd: géén methode in het kleuteronderwijs. Maar ik ben er nu toch echt blij mee. In Schatkist zit alles wat je van een kleutermethode mag verwachten. Het aanbod sluit aan bij de beleving van kinderen en de methode is compleet, je hebt alles bij de hand. De activiteiten en doelen worden allemaal voor je gepland en het kost je minder voorbereidingstijd, omdat je niet hoeft te zoeken naar bepaalde thema’s en de daarbij passende activiteiten en materialen. Je hebt ook de ruimte om je eigen activiteiten te doen. Kortom, ik vind Schatkist kindvriendelijk, compleet én leuk. Ik ben er echt blij mee.”

Deel met anderen